In gesprek met: Oorlogsmuseum Medemblik
Waar de meeste musea voor een groot deel van hun begroting kunnen leunen op structurele subsidies, moet Oorlogsmuseum Medemblik het met minder doen. Het gevolg: een krappe begroting en weinig ruimte om mee te bewegen met wat de commerciële markt biedt. Op papier zou het museum de strijd om personeel moeten verliezen. Toch stonden er 21 sollicitanten op de stoep voor de eerste vacature. ‘Mensen zoeken werk dat ertoe doet,’ zegt museumdirecteur Lars Rustenburg.
Hoe zou je Oorlogsmuseum Medemblik omschrijven?
‘Het museum is ontstaan uit de passie van mijn ouders. Mijn vader was gek op legervoertuigen en mijn moeder had een groot hart voor kinderen. Terwijl hij in de schuur voertuigen restaureerde, ving zij pleegkinderen en weeskinderen op. Die twee werelden kwamen samen in een educatief centrum over de Tweede Wereldoorlog.’
Wat begon met een paar schoolklassen in 2017, groeide razendsnel door. Al snel klopten ook gewone bezoekers spontaan op de deur. Lars was er vanaf de start bij betrokken, eerst als vrijwilliger en penningmeester naast zijn studie bedrijfseconomie. ‘In 2020 besloot ik van het museum mijn droombaan te maken. Dat was pionieren: ik begon als zzp’er voor 1.000 euro per maand en werkte 80 tot 90 uur per week. De passie was er, maar de zakelijke structuur moest ik helemaal zelf uitvinden.’ Dat pionieren wierp zijn vruchten af: van 2.500 bezoekers in 2019 naar bijna 36.000 vorig jaar.
Bij Oorlogsmuseum Medemblik draait het nadrukkelijk niet om tanks of wapens, maar om het maken van keuzes. Het concept is daarom volledig interactief: bezoekers lossen opdrachten op in een nagebouwd jaren ’40-dorpje of roeien in stormboten, gevolgd door het verhaal van de Waalcrossing bij Nijmegen. ‘In de oorlog moesten mensen vaak keuzes maken met grote gevolgen - iets wat ook herkenbaar is in het dagelijks leven. Denk bijvoorbeeld aan het kind in de klas dat steeds als laatste wordt gekozen bij gym; voor dat kind voelt dat als buitensluiting. Vanuit het verleden laten wij kinderen nadenken over de keuzes die zij nu maken.’
'Mensen blijken bereid te zijn om elders meer salaris te laten liggen, als ze het gevoel hebben dat ze iets kunnen bijdragen aan de samenleving.' - Lars Rustenburg
Wat maakt jullie een bijzondere werkgever?
‘Een gemiddeld museum in Nederland krijgt tussen de 50% en 70% van de exploitatie aan structurele subsidie. Bij ons is dat 6%. Dat betekent dat we elke euro twee keer omdraaien. En neem dan de commerciële markt: marketing, administratie, planning – op de meeste andere plekken verdienen mensen meer dan bij ons.’
‘Toen we twee jaar geleden onze eerste vacature voor een backofficefunctie openzetten, waren we best bang. Je leest overal over personeelstekorten. Toen ontdekten we: mensen blijken bereid te zijn om elders meer te laten liggen, als ze het gevoel hebben dat ze iets kunnen bijdragen aan de samenleving. Die zingeving weegt voor hen zwaarder.’
Toch is alleen een missie niet genoeg, benadrukt hij. ‘Ik heb eens iemand horen zeggen: alle boeken over HR zijn terug te voeren op drie dingen die ervoor zorgen dat mensen blijven: salaris, een leuk team en zingeving. Twee van de drie moet je goed doen. Het salaris is niet onze grootste troef, dus het moet echt van die andere twee elementen komen.’
Hoe trekken jullie mensen aan en hoe behouden jullie ze?
‘Wat ons enorm helpt, zijn de vrijwilligers. We hebben zo’n 110 paar helpende handen, en zij zijn echt de motor van het museum. Zonder hen redden we het niet.’
De gemiddelde leeftijd van de vrijwilligerspool is 45 jaar. Bij vergelijkbare musea begint de jongste vrijwilliger vaak op een veel hogere leeftijd. ‘Dat komt doordat we 60 à 70 stagiaires per jaar begeleiden. Gemiddeld wordt één op acht van hen vrijwilliger. Toch was het leeftijdsverschil tussen vrijwilligers in het begin best lastig. Jongeren van veertien voelen zich snel buiten de boot vallen tussen vrijwilligers van 70 jaar. Daarom besteedden we in het begin heel veel aandacht aan één jongere, totdat er een tweede bij kwam en een derde. Al snel vormden ze een groepje en werkten ze elkaar in via ons buddysysteem. Inmiddels zijn we zover dat ze dat helemaal zelf oppakken.’
Het resultaat zegt veel over de cultuur: veertienjarigen die in anderhalf jaar uitgroeien tot vrijwilligers die vol zelfvertrouwen een groep toespreken of aan voertuigen sleutelen. Diezelfde cultuur trekt ook betaalde medewerkers. De nieuwste marketingvacature leverde binnen een week zeven sollicitaties op. Geïnteresseerden komen uit alle leeftijdscategorieën, en lang niet iedereen woont in de buurt.
Wat doen jullie om mensen betrokken, gezond en gemotiveerd te houden?
‘Dat is iets waar we heel bewust mee bezig zijn. Twee jaar geleden werkten we nog met zijn drieën. Nu hebben we vijftien medewerkers en inmiddels dus ruim 100 vrijwilligers. Dan moet je gaan nadenken: hoe zorg je goed voor al die mensen?’
Een bijzondere uitdaging hierbij is de piekbelasting, vertelt Rustenburg. Van de ruim 200 schoolklassen die elk jaar een bezoek brengen aan het museum, komt 80 tot 90% in de weken rondom 4 en 5 mei. ‘Daarbij verzorgen we inmiddels op jaarbasis ook ruim 500 groepsarrangementen voor families, bedrijven en vriendengroepen. Het is stilstaan en hollen. Op die piekmomenten vragen we heel veel van het team. Dan is het belangrijk dat mensen zich gesteund voelen, dat we er samen doorheen gaan en daarna ook weer rust pakken.’
Begeleiding is net zo belangrijk als gezelligheid, benadrukt Rustenburg. ‘Als hier iemand van veertien binnenkomt als vrijwilliger, kun je die niet aan z'n lot overlaten. Zo iemand heeft aandacht nodig, moet zich welkom voelen en het gevoel hebben erbij te horen. Dat geldt eigenlijk voor iedereen; ook voor de betaalde medewerkers. We zijn nu functioneringsgesprekken aan het opzetten en we werken aan duidelijkere structuren, zodat iedereen weet waar diegene aan toe is. Dat is ook een vorm van voor je mensen zorgen.’
Daarnaast investeert het museum in verbinding. Er is een maandelijkse woensdagmiddagborrel waar ook vrijwilligers welkom zijn, een zomerbarbecue en een kerstfeest. Sinds dit jaar organiseert het museum elke zes weken een teamactiviteit. De ene keer buiten de deur, de andere keer gewoon in het museum zelf. Zoals oude komedies kijken in de eigen bioscoopzaal, samen lasergamen of een muziekquiz doen. ‘We willen die verbinding niet alleen ín het werk vinden, maar ook erbuiten. Zodat mensen ook op de drukke momenten voor elkaar klaarstaan.’
Wat is jullie grootste uitdaging als werkgever?
‘Onze grootste uitdaging is dat we alles tegelijk moeten opbouwen. Twee jaar geleden werkten wij nog met privélaptops en hadden we geen systemen of mappenstructuur. Dan neem je mensen aan en moet je zeggen: gefeliciteerd met je baan en wat fijn dat je volgende week kunt beginnen! Heb je trouwens een laptop die je kunt meenemen en heb je een telefoon met een onbeperkt abonnement?’
De basis staat inmiddels. Verzekeringen, autorisatie en begeleiding; dat is allemaal opgepakt. ‘Dat geeft rust. En het heeft me iets geleerd: als je ergens werkt waar al die dingen netjes geregeld zijn, neem je dat aan als vanzelfsprekend. Nu ik weet wat erbij komt kijken, heb ik daar veel respect voor gekregen.’
Wat een steun is, zegt Rustenburg, is de betrokkenheid van het team. ‘Je merkt gewoon dat mensen trots zijn op deze plek. Ze dragen de missie, ze vertellen er thuis over en ze nemen vrienden mee. Laatst zei een collega: ik heb hier misschien niet het hoogste salaris, maar ik ga iedere dag met een goed gevoel naar huis. Dat is waar je het voor doet.’
Kijk hier voor meer info over Oorlogsmuseum Medemblik.