In gesprek met: Stichting Limena
Stichting Limena biedt onderdak aan kinderen van ouders die in de binnenvaart werken. Doordeweeks neemt Limena een deel van hun verzorging en opvoeding over. Omdat die ouders doordeweeks varen, wonen hun kinderen van maandagochtend tot vrijdagmiddag op een van de 3 internaten van de stichting. In Krimpen aan den IJssel, Dordrecht en Werkendam. Limena is een reformatorische organisatie en de naam is niet zomaar gekozen: het is het Bijbels-Griekse woord voor veilige haven.
Bij Limena wonen momenteel zo’n 260 kinderen van 6 tot 18 jaar. Medewerkers zien sommige kinderen jaren later terug als ouders die hun eigen kind komen brengen. Bestuurder Martin van der Elst vertelt wat ervoor nodig is om kinderen een 2e thuis te bieden.
Wat voor organisatie is Limena?
‘Het woord internaat heeft voor veel mensen een negatieve klank. Je denkt al gauw aan opvoedingsinternaten’, zegt Van der Elst. ‘Maar dit is echt een internaat voor schipperskinderen, uit gezinsbedrijven in de binnenvaart.’ Geen enkel kind woont er omdat het uit huis is geplaatst. De ouders kiezen er zelf voor, omdat hun werk hen doordeweeks van huis houdt. ‘Het zijn een soort gezinsvervangende huizen, maar dan in positieve zin.’
De kinderen wonen in groepen van ongeveer 10 op de locaties. Er is altijd minstens één pedagogisch medewerker bij, en ‘s nachts is er iemand op de groep aanwezig. Het werk bij Limena lijkt erg op wat er in een gemiddeld gezin gebeurt. ‘Onze mensen overhoren de kinderen, zorgen voor eten, brengen ze naar bed, zorgen dat de kleren naar de wasserij gaan. En verder regelen wij alles wat er doordeweeks gebeurt: dat ze naar zwemles gaan, of sporten, of muziekles hebben. Alles wat een gezin ook voor zijn kinderen regelt.’
'Thuis is altijd het beste. Maar wij proberen daar vlak achteraan te zitten..' - Martin van der Elst
Wat maakt jullie een bijzondere werkgever?
‘De ouders geven een deel van de opvoeding van hun kinderen uit handen, aan ons’, zegt Van der Elst. ‘Onze medewerkers vertroetelen, verzorgen en vieren een verjaardagsfeestje mee. Ze bouwen een sterke band op met die kinderen. Ze zijn een soort vaders en moeders. De kinderen zitten bij hen op schoot. Als je iemand elke avond naar bed brengt, dan komt dat emotioneel gezien heel dichtbij.’
Naast de medewerkers op de leefgroepen zijn er ook medewerkers in de centrale keuken, de wasserij, de huishoudelijke dienst en de technische dienst. De kok trekt het meest met de kinderen op. Hij maakt elke dag een warme maaltijd, maar kookt ook geregeld samen met de kinderen. ‘Wat mensen thuis ook wel eens doen: kom, we gaan een cake bakken. Of ze maken samen het avondeten. Dat gebeurt hier dus ook. Dan zie je ineens een groep van 10 kinderen in de keuken, die samen een salade maken.’
Hoeveel kinderen wonen er nog op de internaten?
Het aantal kinderen op de Nederlandse schippersinternaten daalt al jaren. In 1981 woonden er nog zo’n 3.500 kinderen op de gezamenlijke internaten. in 2023 waren het er volgens onderzoek van KPMG nog 492. Van der Elst wijst als verklaring op de veranderde woonsituatie van schippersgezinnen. ‘Vroeger was het schip vaak ook hun woning. Tegenwoordig hebben schippersgezinnen meestal ook een huis aan de wal.’ Steeds vaker blijft een van de ouders daar doordeweeks wonen. Bij andere internaatorganisaties leidde de afname al tot sluitingen.
Ook bij Limena daalt het aantal kinderen. ‘Bij ons zien we 3 tot 4% krimp per jaar.’ Limena kon die krimp tot nu toe opvangen via natuurlijk verloop. ‘Er gaan altijd wat mensen met pensioen of uit dienst. De pijn van het sluiten van locaties, met alle gevolgen van dien, hebben wij dus niet.’
De internaten zijn een semi-overheidsinstelling en worden betaald uit ouderbijdragen en een rijkssubsidie. Er ligt een voorstel in de Tweede Kamer om die regeling te laten doorlopen van 2027 tot 2032. Voor Limena zou dat betekenen dat de financiering voor de komende 5 jaar geregeld is.
Hoe vinden jullie nieuwe collega's?
De reformatorische grondslag van Limena werkt door in de werving van personeel. ‘Je moet echt christen zijn om hier te mogen werken’, zegt Van der Elst. De kring waaruit hij put is daarmee klein, in een arbeidsmarkt die voor de hele zorg krap is.
Toch valt de uitdaging om nieuwe mensen te vinden hem mee. ‘Er zijn tijden dat het lastig is’, zegt hij. “Maar ik heb soms nog 2, 3, 4 mensen die op een functie solliciteren. Dus op dit moment klagen wij totaal niet.’
Veel collega’s kennen elkaar al voordat ze samen gaan werken. ‘Vaak komen ze uit dezelfde kerkelijke gemeente of wonen ze in de buurt. En ze blijven hier lang werken. Er is hier echt een familiecultuur.’
Waarom blijven mensen zo lang bij Limena werken?
‘Tegenwoordig vindt men het in organisaties heel gezond als je na 4 of 5 jaar weer wat anders gaat doen. Daar zit ook wel wat in’, zegt Van der Elst. ‘Maar je kunt je voorstellen dat het hier anders is, want continuïteit is bij ons heel belangrijk.’
Voor een kind dat op zijn 6e komt en tot zijn 18e blijft, is het fijn als het dezelfde begeleider houdt. Het mist zijn ouders al 5 dagen per week; een wisseling op de groep komt daar bovenop. ‘De kinderen noemen hun begeleider een juf, al krijgen ze bij ons natuurlijk geen onderwijs. Zo iemand hebben ze soms 12 tot 13 jaar lang. Als ze in die periode 2 of 3 keer een andere begeleider krijgen, doet dat wat met een kind.’
Ook buiten de leefgroepen blijven mensen vaak lang bij Limena werken. De secretaresse van Van der Elst werkt er al ruim 40 jaar. Ze begon in Werkendam, maakte er een fusie mee en werkte voor 8 opeenvolgende directeuren. Het internaat daar bestaat 50 jaar; zij was er 40 van bij. ‘Dit kom je niet veel meer tegen, dat mensen zo trouw zijn aan hun werkgever.’
Dat wie hier binnenkomt er vaak ook zijn pensioen opbouwt, merkte Van der Elst toen er onlangs iemand van PFZW langskwam. ‘Voor heel veel mensen staat het pensioen ver weg, zeker als ze wat jonger zijn of nog een paar keer van werkgever wisselen. Maar juist voor mensen die lang blijven werken, is het heel relevant. Wij willen natuurlijk dat mensen bij ons met pensioen gaan.’
Wat vraagt dit werk van medewerkers?
Elke week begint met een afscheid. ‘Maandagmorgen is vaak een beetje lastig’, zegt Van der Elst. ‘Ze hebben net een leuk weekend gehad en dan moeten ze weer een week weg.’
De kinderen komen van ongeveer 150 schepen. Achter elk schip zit een gezin met eigen ideeën over opvoeden. ‘Die ouders hebben niet allemaal dezelfde opvoedingsstijl. Dat hun kinderen bij ons wonen, dat vraagt wat van de ouders. Maar ook van het personeel, want met 10 kinderen moet je wel de gulden middenweg zien te vinden.’
Ouders krijgen via hun kinderen steeds meer mee van wat er op de groep gebeurt. ‘Vroeger belde een schipper hooguit eens per week vanuit het buitenland uit een telefooncel. Nu krijgen ouders via de telefoon veel meer mee. Als de kinderen even mot hebben met hun leiding, bellen ze hun ouders. Dan belt pa of ma wel eens terug.’
Het zorgt bedoeld en onbedoeld voor extra toezicht op de groepsleiding. ‘Er gebeurt altijd wat’, zegt Van der Elst. ‘De ene ouder zit er meer bovenop dan de ander. Zolang we dingen open en eerlijk kunnen bespreken, en je ervan uitgaat dat je allebei het beste voorhebt met de kinderen, dan kom je eruit.’
Naast de dagelijkse overdracht tussen diensten heeft elke leefgroep een wekelijks teamoverleg. 3 pedagogen bezoeken regelmatig de locaties. De groepsleiding kan bij hen terecht met vragen. Elke locatie heeft daarnaast een interne en een externe vertrouwenspersoon.
Waar het uiteindelijk om draait, staat in het motto van de stichting: het beste na thuis. ‘Thuis is altijd het beste’, zegt Van der Elst. ‘Maar wij proberen daar vlak achteraan te zitten.’