Wie wil er meer werken – en wie juist niet?
In zorg en welzijn is veel aandacht voor personeelstekorten en de vraag hoe meer mensen kunnen worden aangetrokken. Maar er is ook een andere bron van extra capaciteit: de medewerkers die er al zijn. Willen zij meer uren werken of juist minder?
PFZW onderzocht 3 jaar geleden al in hoeverre medewerkers in zorg en welzijn meer of minder uren willen werken, en vooral: wat ze daarvoor nodig hebben. Kortgeleden is dit onderzoek herhaald onder ruim 3.600 medewerkers. De uitkomsten tonen net als 3 jaar terug dat er ruimte is, maar dat die niet vanzelf vrijkomt. Mede vanwege mantelzorgtaken.
Uit het onderzoek blijkt dat 1 op de 7 medewerkers (14%) graag (iets) meer uren zou werken als de werkgever die mogelijkheid biedt. Gemiddeld gaat het om zo’n 5 uur per week extra. Tegelijkertijd wil ongeveer een kwart juist minder uren werken: ook gemiddeld rond de 5 uur. Netto is er dus geen simpele ‘urenbonus’, maar er is wel degelijk potentieel – mits werkgevers goed kijken naar wie wat wil en waarom.
Extra inkomen belangrijkste drijfveer
Voor wie meer wil werken, is extra inkomen veruit de belangrijkste drijfveer. 73% noemt dit als hoofdreden. Dat speelt vooral bij jongere medewerkers en bij eenpersoonshuishoudens. Maar geld is niet het hele verhaal. Medewerkers geven ook aan dat de inhoud van het werk, de band met collega’s, het contact met cliënten en de mogelijkheid om werktijden flexibel in te delen belangrijke redenen zijn om meer uren te willen maken. Opvallend is dat een deel van hen aangeeft dat dit bij de huidige werkgever simpelweg niet kan: er zijn geen extra uren beschikbaar, contracten worden niet uitgebreid of roosters laten het niet toe.
Beperkingen
In de open antwoorden wordt dat beeld verder ingekleurd. Veel medewerkers zeggen dat ze wel meer willen werken, maar dat er ‘geen uren zijn’ of dat organisatiebeleid in de weg zit. Veel respondenten noemen expliciet dat er onvoldoende uren beschikbaar zijn bij de werkgever. Anderen verwijzen naar beperkingen door contracten, cao, budget of roosterbeleid. De bereidheid is er dus zeker, maar de organisatorische ruimte ontbreekt vaak.
Daarnaast spelen privésituatie en energieniveau een grote rol. Zorg voor kinderen en mantelzorg komen daarbij nadrukkelijk naar voren. Voor circa 10% van de deelnemers is mantelzorg een reden om niet meer uren te willen werken. In totaal heeft een aanzienlijk deel van de medewerkers te maken (gehad) met mantelzorg, vaak langdurig: bijna de helft zorgt al meer dan 5 jaar voor iemand, meestal (schoon)ouders, maar ook kinderen met extra zorgbehoefte of andere familieleden. Ongeveer 1 op de 10 noemt mantelzorg expliciet als reden om het huidige contract niet te vergroten. Kinderopvang, schooltijden en de zorg voor naasten bepalen mede wat wel of niet mogelijk is.
Stapje terug
Ook bij de groep die juist minder wil werken, speelt zorg een belangrijke rol. Ongeveer een kwart van de medewerkers zou graag een stapje terug doen, gemiddeld met zo’n vijf uur per week. Bij hen staan werk‑privébalans, zorgtaken en fysieke of mentale belasting centraal. Vooral medewerkers die nu meer dan 30 uur per week werken, geven aan dat het werk zwaar is en dat zij bang zijn het niet vol te houden tot aan hun pensioen. Mantelzorg en zorg voor kinderen worden daarbij vaak in één adem genoemd met hoge werkdruk.
Gesprek aangaan
De kernboodschap van het onderzoek is dan ook tweeledig. Ja, er is potentieel om meer uren uit de bestaande bezetting te halen. Maar dat vraagt om maatwerk, dialoog en organisatorische aanpassingen. Werkgevers die het gesprek aangaan over wensen, belemmeringen en mogelijkheden – inclusief mantelzorg en andere zorgtaken – en bereid zijn om te sleutelen aan roosters, contracten, werkdruk en verlofregelingen, kunnen zowel extra uren winnen als uitval voorkomen. In een krappe arbeidsmarkt is dat geen luxe, maar noodzaak.